hoofdstuk 9 / 9

9. Kennismaken met de raad

Brainstorm

Doel

Bedenken van mogelijke onderzoeksonderwerpen of -vormen.

Wat

Drie brainstormvormen.

Groepsgrootte

Onbeperkt, al is de discussie dieper bij kleinere groepen.

Duur

Circa 30 à 45 minuten.

Hoe

Deelnemers worden gestimuleerd om veel ideeën te verzinnen en/of uit een reeks ideeën gemotiveerd een selectie te maken. Bekijk de drie opties en kies welke het best past bij het doel van de ontmoeting. 1

Brainstorm

Optie A: Vul het witte vel

werkvorm voor nieuwe ideeën/onderwerpen 2

Benoem het onderwerp voor de brainstorm. Bijvoorbeeld: welke vraag moet het eerstvolgende rekenkameronderzoek beantwoorden?

  • Iedere deelnemer krijgt een blanco A-4tje en schrijft daarop zoveel mogelijk ideeën.
  • Na circa 2 minuten schuift iedereen zijn/haar A4’tje door naar de rechterbuurman/vrouw. Deze laat zich inspireren door de al genoteerde ideeën.
  • In een kleine groep (max 10 personen) ga je zo door tot iedereen zijn eigen A4’tje weer terug heeft. In grotere groep stop je na bijvoorbeeld 15 minuten (ca. 6 keer doorschuiven).
  • Iedereen die wil leest het meest aansprekende of bruikbare voorbeeld op van het A4’tje dat hij/zij aan het eind voor zich heeft.

Download dit werkblad (docx - 17KB)

Optie B: Dat (n)ooit

werkvorm voor nieuwe onderwerpen

Print voor elke deelnemer 26 kaartjes met onderwerpen, zoals: “Toezicht en handhaving Openbare Orde en Veiligheid”, “Invoering Omgevingswet”, “Stads- en streekvervoer”, “Kosten Jeugdzorg”, “Digitale dienstverlening”, “Informatieveiligheid, “ICT-beleid”, “Ondermijning” ,“Subsidiebeleid”, “Duurzaam Inkopen & Aanbesteden”, “Verbonden partijen”, “Sturing sociaal domein”, “Warmte- en Energietransitie”, “Uitvoering Participatiewet”, “Woonbeleid”, “(programma)begroting”, “Integriteit”, “Armoedebeleid”, “Burgerparticipatie”, “Kaderstellen & Controleren door de raad”, “Beheer Openbare Ruimte”, “Klachtafhandeling”, “Evaluatie van de rekenkamer”, “Cultuurbeleid”, “Risico’s en Reserves”, “Ouderen”. en 1 blanco kaartje waarop de deelnemer een eigen idee kan schrijven.

Iedereen mag twee of drie kaartjes neerleggen op de ‘ja doen!’-tafel, en twee kaartjes op de ‘dat nooit’-tafel.

Vervolgens ga je in gesprek over top 5 van meest gekozen onderwerpen: Wat wil je hierover weten? Wat ga je doen met de uitkomsten? Kijk ook wat de meest afgewezen onderwerpen zijn, en vraag reactie.

Download dit werkblad (docx - 17KB)

Optie C: Op zoek naar een opzet

werkvorm voor nieuwe onderzoeksopzet

Nadenken over een onderzoeksopzet doe je met elkaar een brainstorm, waarbij dus alles goed is. Dat is op zich nog niet zo spannend. Maar hoe ga je al die ideeën nu tot iets echt anders maken? Met deze techniek:

Bedenk zo veel mogelijk ideeën en deel ze in in de volgende categorieën:

  • simpel: direct toepasbaar
  • nieuw: origineel en uitvoerbaar
  • interessant: niet voor nu maar misschien voor later tot ‘echt gek’

Probeer – zonder te oordelen - in elke categorie zo veel mogelijk ideeën te bedenken, ten minste acht per categorie. Dat kan in duo’s of individueel.

Selecteer twee of drie ideeën per categorie en kijk of je ze kunt samenvoegen tot iets nog beters. Om verder te komen, is het belangrijk dat je voorbij de voor de hand liggende manieren denkt. Hoe meer manieren je vindt om iets te doen, hoe groter de kans dat er iets echt goeds tussen zit.

(Bron: het boek “Lenig denken”, Marenthe de Bruijne en Sigrid van Iersel)

Download dit werkblad (docx - 17KB)

Voorstellen

1. Basispresentatie

Doel: informeren wat de rekenkamer is, mag en doet

Wat: PowerPointpresentatie

2. Kennismaken

Doel: elkaar professioneel en persoonlijk beter leren kennen

Wat: drie werkvormen met kennismakingsvragen

3. Kennisquiz

Doel: luchtige test met weetjes over rekenkamer en raad

Wat: quiz

Verdiepen

4. Discussie

Doel: bespreken hoe de rekenkamer kan gaan werken en hoe raad en rekenkamer daarvoor willen samenwerken

Wat: vragen en stellingen

5. Brainstorm

Doel: bedenken van mogelijke onderzoeksonderwerpen of -vormen

Wat: drie brainstormvormen

6. Oefening

Doel: werken aan manieren om de rekenkamer succesvol te maken

Wat: drie oefeningen

Voetnoten

  1. Maak vooraf goed duidelijk dat dit een verkenning is van mogelijke onderwerpen of onderzoeksvormen en dat de rekenkamer de resultaten meeneemt in haar afwegingen voor een passend onderzoeksprogramma.
  2. Bron: werkboek Werkvormen, p.53. Alle ideeën – Laura van den Ouden